Hoewel de legendes ons vertellen dat zo'n acht eeuwen terug Keizer
Xuanwu in een droom Tàijíquán leerde aan een kluizenaar wijst de
beschikbare documentatie er op dat Tàijíquán voor het eerst werd
be-oefend in de Henan provincie ongeveer 300 jaar geleden, tijdens
de late Ming en vroege Qing dynastie.
In de jaren die daarop volgden stimuleerde buitenlandse invasies
en de opstanden van de boeren ervoor dat de martiale kunsten zich
verspreidden onder de bevolking en een nieuw soort boksen ontstond.
Waar vroegere boksstijlen snelle bewegingen en krachtige stoten
benadrukten ging deze stijl uit van het "overwinnen van het
harde door het zachte", het "aanpassen aan de stijl van
de ander " en "het overwinnen van 1000 pond door de kracht
van 2 ons".
Gedurende de laatste honderd jaar heeft Tàijíquán vele belangrijke veranderingen
ondergaan, waar de bewegingen steeds ontspannender en vloeiender werden.
Vele bewegingen die explosieve kracht vereisten en het veelvuldig stampen
met de voeten verdwenen. Uiteindelijk werd Tàijíquán populair bij zowel
mannen als vrouwen, jong en oud en er werd steeds meer nadruk gelegd
op de therapeutische waarde.
Tijdens deze ontwikkeling evolueerde Tàijíquán in vele verschillende stijlen.
Er bestaan hoofdzakelijk vijf scholen met elk talrijke variaties. Hoewel
elk van de vijf zijn eigen typerende eigenschappen heeft delen ze de
volgende essentiële elementen:
Ten eerste is de houding ontspannen en natuurlijk. Bewegingen zijn gelijkmatig
en vloeiend, met de spieren gespannen noch stijf. De ademhaling is diep
en regelmatig. De beoefening van Tàijíquán vereist een combinatie van
energie en zachtheid.
Ten tweede is de geest rustig maar alert waarbij het bewustzijn het lichaam
stuurt waardoor stilheid in beweging wordt verkregen, een eenheid van
stilte en beweging.
Ten derde zijn de lichaamsbewegingen goed gecoördineerd tijdens de
hele oefening. Hoewel de bewegingen zacht en langzaam zijn is het gehele
lichaam in constante beweging. Tijdens de oefening wordt het gewicht
gedragen door middel en benen. Een typerend element van Tàijíquán is
dat alle bewegingen uitgevoerd worden met gebogen knieën.
In 1956 werd een vereenvoudigde set oefeningen uitgebracht gebaseerd op
de populaire Yang vorm. Deze serie bestaat uit 24 vormen die van eenvoudig
naar moeilijk gaan en die ongeveer vijf minuten duurt.
Overzicht
Richting wordt aangegeven door middel van de klok metafoor.
U begint met het gezicht naar de twaalf, zes uur achter u, drie
uur rechts en negen uur links. Een draai naar 1 uur betekent
dus een draai naar rechts van ongeveer 30 graden. Onderstaande links verwijzen naar aparte pagina's.